De lach van Carolien Borgers

Cabaretier Carolien Borgers houdt van de lach, maar niet over de rug van een ander. Wat brengt haar op het toneel?
carolien borgers over haar leven als cabaretier
Carolien Borgers over haar leven als cabaretier (fotocredits Carolien)

Als jong meisje had ze al een enorme fascinatie voor alles wat er op het toneel gebeurde. Inmiddels heeft ze haar eigen plek op het podium verworven. Carolien Borgers, cabaretier en levensgenieter eersteklas: “Integer en tegelijkertijd super grappig, dat vind ik het mooiste. Het gaat om de eerlijkheid en te durven praten over je onzekerheden. Juist door erover te lachen haal je de kwetsbaarheid er vanaf.”

De energie en uitstraling van Carolien Borgers fascineren mij.

Waar haalt ze het enthousiasme vandaan en wat brengt het haar persoonlijk? Een wederzijdse kennis bracht ons in contact en al snel hadden we een interview date gepland. In dat gesprek herkende ik haar hartstocht voor een bezield leven, iets dat mij ook drijft.    

Carolien Borgers is één brok energie en puurheid.

Zowel haar uitstraling, stem als overpeinzingen geven je het gevoel dat je alles uit het leven moet halen. Met haar voorstellingen weet ze het publiek te raken en vermaken. Je kunt het talent noemen, maar het is tegelijkertijd het resultaat van haar intelligentie, studie en ervaring. Na het vwo in Etten-Leur studeerde ze af aan de Amsterdamse toneelschool en kleinkunstacademie en stond ze op het podium met  de rockopera van Acda en de Munnik ‘Ren Lenny Ren’. Daarna ging ze solo met de voorstelling ‘Snars’ en ‘Makkelijk Praten’.

De voorbereidingen voor haar nieuwe cabaret show zijn in volle gang.

“Vanwege het succes van Makkelijk Praten mag ik die show herhalen van augustus tot december. Maar ik ben nog lang niet onoverwinnelijk. In maart 2012 start ik met de try-outs voor mijn nieuwe show. Dat vind ik doodeng!” De vrolijke levensgenieter uit Noord-Brabant (geboren op 7 juni 1983), woont inmiddels in Amsterdam. Daar leidt ze het leven van een volwassen en ondernemende vrouw.

Toch herkent ze steeds meer in zichzelf van de periode toen ze een kind was.

“Ik maakte met vriendinnen toneelstukjes in de garage en zorgde ervoor dat iedereen in de buurt er van afwist. Ik deed uitnodigingen in de brievenbus en dwong mensen er min of meer toe om mijn showtjes te bezoeken. Mijn jongere zusje deelde die passie voor het podium niet. Dat was ook bijna onmogelijk want ik had alle potentiële behoefte weggenomen. Ik claimde het podium! Het leek me wel erg leuk om met haar te zingen. Dat hebben we ook gedaan, maar zij had een andere passie: paarden.

Ondanks het feit dat we verschillende passies hebben, voel ik wel dat we een bepaalde vorm van overgave delen.

Dat merkte ik pas toen ik haar opzicht bij een paardenranch in Spanje. De manier waarop zij op het paard zat, hoe zij alle controle losliet en volledig opging ‘in het moment zelf’, dat was bijna spiritueel. Diezelfde overgave vind ik op het podium. Cabaretier is geen makkelijk beroep en ik twijfel wel eens of ik het altijd kan blijven doen. Maar ik heb nooit gedacht ‘nee, dit is het niet’. Misschien dat zo’n moment ooit komt, maar alleen als ik het gevoel heb dat ik niet meer kan groeien.

Van kinds af aan ben ik altijd aan het bouwen geweest.

Ik weet heel erg goed wat ik wil. En ik hoop dat ik steeds dichter bij mezelf kom. Dat het nog eerlijker wordt. Bij mijn eerste voorstelling stond ik verder van mezelf af. Ik wilde vooral heel erg graag op het podium staan waardoor ik mezelf ging overbluffen en sommige stukken extra sterk aanzette. Dat is er nu wel vanaf.

De eerlijkheid zit ‘m in het durven vertellen over je gedachten zonder ze te veroordelen.

Toen ik dat deed, bleek het minder eng te zijn dan een verhaal te vertellen dat verder van me af staat. Ik dacht bijvoorbeeld dat het moeilijk zou zijn te praten over mijn vroegere jaren als lelijk meisje. Juist toen ik dat deed met de nodige grappen, moesten de mensen lachen en verdween alle kwetsbaarheid. Het werkt niet therapeutisch, zo zwaar is het niet, maar het is wel een persoonlijk verhaal. Vaak zijn we bang wat anderen van ons denken als je zoiets vertelt. Maar het wordt juist makkelijker als mensen zien wie je echt bent.”

Overigens is het voor Carolien geen ‘kunstje’ om grappen te verwerken in haar persoonlijke verhalen.

“Dat komt eigenlijk vanzelf. Ik vind het van nature fijn om grappen te maken, te overdrijven. Ik kan ook bloedserieus zijn, maar niet anderhalf uur lang. Dat lijkt me heel erg zwaar. Na een serieus onderwerp komt de lach vanzelf. Daardoor wordt alle heftigheid juist bevestigd. Maar niet als het ten koste van iemand anders gaat. Lachen over de rug van een ander is een ander soort lach.

Nee, ik houd van de ‘gelaagde lach’, een grap waar iets ‘achter’ zit.

Niet alleen maar lachen om wat er gezegd is. Tuurlijk, ik kan ook platte grappen maken, maar dan nog vind ik het belangrijk dat er enige diepgang in zit. Wat dat betreft vind ik Ronald Goedemondt geweldig. Zijn voorstellingen kan ik vaker dan één keer zien. Hij vertelt een integer en humoristisch verhaal en is daarmee echt een voorbeeld voor mij.”

In de try-out van volgend jaar kan Carolien experimenteren met haar eigen, integere lach.

“Bij een try-out merk je pas hoe compleet je show is. Het is doodeng, maar ik vind het ook erg leuk. Vooral omdat er nog niks vaststaat. Dat zeg ik ook tegen mijn publiek. Ik maak ze deelgenoot van het proces. Daardoor kan een try-out gaan ‘ademen’. Als de voorstelling eenmaal klaar is, dan heb je die ruimte niet meer. Dan is het programma uitgeschreven en leer ik alles te onthouden. Het ene stuk volgt logisch op het andere.

Maar dat is vaak ook het moeilijkste moment.

Ik weet precies hoe de show eruit ziet, maar het voelt nog niet helemaal natuurlijk. Dat is voor mij een soort dood punt waar ik overheen moet. Als dat eenmaal is gebeurd, kan ik er echt mee gaan spelen en de voorstelling perfectioneren. Dat zit ‘m vooral in de timing. Zal ik die grap nú plaatsen of toch nog even wachten. Ja, nu!”

Wanneer een stuk helemaal eigen is, kan het toch nog wel eens tegenzitten.

“Ja, wanneer ik heel erg bewust ben van het feit dat ik aan het spelen ben, wanneer ik de verschillende blokjes aftel. Dan loop ik echt ‘door de modder’. Ik ben bang dat het publiek dat aan me ziet. Dat zijn de moeilijkste avonden die zelfs leiden tot een soort claustrofobische ervaring. Nog een uur, nog een kwartier, hoe kom ik hier doorheen! Het heeft alles te maken met concentratie. Als ik dat niet lukt, komen er gaten in mijn spanningsboog en ga ik denken zonder de show te beleven. Zo heb ik dat altijd bij een bepaald nummer in mijn voorstelling.

Iedere keer denk ik weer ‘ik ga de tekst vergeten’.

Daardoor maak ik het zo moeilijk voor mezelf. Tijdens dat nummer dacht ik laatst nog mijn moeder in de zaal te zien zitten. Dat kon helemaal niet want ze zat in Bahrein, bij mijn zusje en haar vriend die daar paarden trainen. Ik kreeg ineens het verschrikkelijke gevoel dat er iets vreselijks ging gebeuren, dat het een voorbode was. Dat is allesbehalve fijn.”

Ondanks de spanning geniet de cabaretier volop van haar optredens.

En ze wil meer. “Mijn dromen moeten verwezenlijkt worden. Wat ik nu doe zit daar al erg dicht bij. Ik vermoed wel dat mijn shows steeds muzikaler worden. Uiteindelijk moet het zó goed worden, dat het onoverwinnelijk is. Dat ik het zélf heel erg goed vind, want ja, ik ben mijn grootste criticaster. Of Pepijn Cladder, mijn regisseur. Hij is heel erg kritisch en als hij zegt ‘we zijn klaar’ dan neem ik het van hem aan. Mijn familie wordt ook steeds kritischer, want ze kunnen nu twee voorstellingen vergelijken. Ze zijn erg trots. Mijn vriend is ook nauw betrokken bij het hele ‘maakproces’. Hij is muzikant en zit in hetzelfde wereldje.”

De shows van Carolien worden goed ontvangen, blijkt uit de reprises van haar eerste en tweede show.

Ze waren zo succesvol dat de theaters extra voorstellingen inkochten. Maar daarmee is ze er nog niet. “Het gaat om mijn naamsbekendheid. Als die groter wordt, kan ik de zalen vol krijgen en leven van mijn werk op het podium. Nu is het nog zo dat ik van tevoren wel weet wat ik minimaal ga verdienen, maar nog niet wat de extra inkomsten zijn. Daarom houd ik me tussentijds ook bezig met andere dingen.”

Ik speel op festivals, spreek reclames in en verkoop mijn cd. Zo promoot ik mezelf.”

Tegelijkertijd werkt ze aan haar nieuwe voorstelling die in 2012 te zien is. “Structuur op lange termijn is in dit afwisselende bestaan niet mogelijk. Ik bekijk het schema per dag. Op een speeldag moet ik altijd om twee uur ’s middags weg. Dat is overzichtelijk, maar op andere dagen niet. Dan ga ik graag op pad om inspiratie op te doen. Bijvoorbeeld in het theater, bij een tentoonstelling of tijdens een concert. Het liefste kijk ik naar documentaires. Dan schrijf ik over de dingen die ik zie.

Daarom maakt Carolien zelf regelmatig culturele uitstapjes.

Daarom ga ik ook graag naar IDFA (International Documentary Film Festival Amsterdam). Tijdens dit festival zit ik de hele week in de bioscoop. Zo zag ik vorige keer een documentaire over een land voor de kust van Nieuw-Guinea dat aan het verdwijnen is. De gemeenschap woont daar al duizenden jaren en nu dreigt een hele beschaving te verdwijnen. Dat vind ik zo heftig en indrukwekkend. Maar het raakt ook aan de esthetiek van dingen. En dat vind ik belangrijk in mijn voorstellingen. Zoiets gaat niet uit mijn hoofd. Als dat gebeurt, weet ik dat ik er iets mee moet doen.”

Carolien Borgers profiel

  • Geboren: 7 juni 1983, Breda
  • Opleiding: vwo (2001)
  • Amsterdamse toneelschool en kleinkunstacademie (2005)
  • Voorstellingen: Ren Lenny Ren (2005), De Vuurtorenwachtersdochter (eindexamen 2005), Snars (2008/2009), Makkelijk Praten (2010/2011)