De schaduw die mij overviel

schaduw verhaal

Kort verhaal.

Op een dag ging ik lopen. Gewoon. Zonder mijn voeten te begeleiden. Stap voor stap, in het ritme van mijn gedachten. Met een overweldigend gevoel van weemoed, want ik durfde niet vooruit. Stilstaan en achterover zakken in de luwte, dat is wat ik wilde. Maar ik kon niet meer terug. Mijn hele lichaam schreeuwde om vooruitgang, van top tot teen; ‘het’ was voorbij.

Bij iedere stap die ik zette, liep ik mezelf tegemoet.

Ik wandelde de tijd voorbij. In een snelheid die geen vaart had. Langzaam begon ik mijn voeten weer te voelen. En de gedachten, die mij onafgebroken hadden doen jagen, kregen een gewicht. Ze kleefden aan mijn voeten als magneten op een bord. Het kostte ongekend veel moeite om de volgende stap te zetten, maar ik kreeg het voor elkaar. Met een hapering in mijn adem:

een luchtbel vol gevangen gevoel die openbrak bij een volgende stap.

Het leek alsof mijn zolen steeds dunner werden; alsof het eelt van mijn voeten verzachtte. Het kon niet anders of mijn diepste kern moest teder en zijdezacht zijn; zodat ik meegevoerd zou worden door de wind. Vrij bewegen, naar een bestemming die al even fijn zou zijn. Mijn voeten wisten van geen ophouden en het werd steeds stiller. Of eigenlijk: rustiger. Want de vogels vergezelden mij met een verborgen gezang en het groen fluisterde mij toe met geritsel en gesuis.

Toen mijn voetstappen plotseling vaart minderden en mijn lichaam licht achterover boog, richtte ik mijn blik naar boven. Ik werd overvallen door mijn eigen schaduw. Ik moest stoppen. Mijn lichaam wilde niet meer. Alle gedachten die mijn lijf waren ontstroomd, hadden een ruwe leegte achtergelaten. De lichte tred had plaatsgemaakt voor een zwaar gevoel. Ik moest op adem komen; om te ontdekken wat het moment mij vertelde.

Het voelde bijna onverteerbaar.

Ik had me nooit gerealiseerd dat een leegte massiever kon zijn dan een ziel vol gedachten. Maar ik had geduld. En vertrouwde op het moment. Ik hoopte op een vorm van verlichting die mijn voeten weer in beweging zou brengen, maar ik werd getuige van een oncontroleerbare strijd. In de kern van mijn ziel.

Ik was ervan overtuigd dat het duister dal een onbekende sensatie teweeg zou brengen; iets dat uitgroeide tot een nieuw begin. Maar voorlopig kon ik niets anders doen dan wachten. En ‘zijn’, op de plek waar de strijd gestreden werd. Om uiteindelijk te groeien en te beseffen dat deze grillige beweging en zwaar bevochten stilte binnen afzienbare tijd één zouden worden.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *