Liefhebben met je hoofd?

liefhebben met je hoofd

In de foodmagazines en supermarkten zijn de weinig opmerkelijke kikkererwten hartstikke trendy geworden. En iedere keer als ik het woord humus of falafel lees, waan ik me terug in de tijd. In gedachten verdwijn ik naar het jaar 1996, toen ik voor de liefde naar Israël was vertrokken. Meer dan twintig jaar geleden werd ik al gelukkig van de gefrituurde falafel variant. “Dat zouden ze in Nederland moeten hebben”, riep ik als 18-jarige tegen mijn Israëlische vriend. Ik had niet gedacht dat het zo lang zou duren, maar inmiddels snapt iedereen die een stokbroodje humus eet, wat ik bedoel.

Kikkererwten in Israël, een herinnering die veel meer oproept dan alleen de beige peulvrucht.

Israël gaf mij een man die stapelgek op mij was. En ik probeerde hem lief te hebben. Lang dacht ik dat het mogelijk was, verliefd proberen te zijn. Met mijn verstand kiezen voor een man, in de hoop dat ik vanzelf dolgelukkig zou zijn. Dat verlangen heb ik jarenlang gekoesterd, ook bij andere vriendjes, maar het werd nooit een succes.

Ik ontmoette Gili op het strand van Eilat, als 18-jarig meisje.

Samen met mijn beste vriendin Rachel, niet geheel toevallig Joods, hadden we een reisje gewonnen naar het zuiden van Israël. We zouden er duiken met dolfijnen en feesten op het strand. Voor de Israëlische duikinstructeurs waren wij als twee vrolijke Nederlandse tieners natuurlijk buitengewoon interessant. Later hoorde ik dat ze hadden gevochten om de buit. Gili ontfermde zich over mij. Hij was iets groter dan ik, had een neusringetje, vage tatoeage, lieve bruine ogen en een sportief lijf. Stoer en ook een beetje zacht. Nu ik eraan terugdenk, misschien wel een soort spiegelbeeld.

Rachel en ik bleven maar een weekje, maar voor Gili lang genoeg om stapelgek op mij te worden.

Want in die week maakten we dagelijks gezamenlijke uitjes en kwamen we regelmatig bij Gili over de vloer. Hij woonde in een eenvoudig appartementje samen met zijn vriend Frederic. Ik heb Gili nooit durven vertellen dat ik niet van hem, maar van Frederic droomde. Liefde op het eerste gezicht. Echt waar. Zoals de meeste Israëli was Frederic van gemixte komaf. Frans en Israëlisch bloed. Zijn ogen waren alles voor mij én… humor. Met hem kon ik lachen. Frederic was ook een duiker en al net zo’n zigeuner als Gili. Leven met de dag en rondkomen van weinig geld, ze waren er meesters in.

Maar Frederic leek al een vriendin te hebben.

Stinkend jaloers was ik. En natuurlijk veel te bezorgd, want ik durfde er niet tussen te komen. Misschien vond Frederic mij wel helemaal niets en wat zou Gili ervan vinden? Dus ik bleef dan maar bij Gili, omdat hij verliefd op mij was.

Na een week vertrokken we weer naar Nederland, het begin van mijn rationele relatie met Gili. In het jaar dat volgde, reisde ik maandelijks naar Israël met het idee me daar te gaan vestigen. Mijn karakter vroeg sowieso altijd al om avontuur en dit was een uitgelezen kans. Mijn ouders lieten me gaan en hebben geduldig afgewacht. Ze hadden het niet beter kunnen doen.

Hadden ze mij verboden te gaan, dan schreef ik nu dit verhaal niet.

Ik vertrok met mijn studieboeken, want ik moest nog enkele vakken van mijn gymnasium inhalen. Beetje bij beetje probeerde ik te aarden in Israël. We maakten binnenlandse reizen, ik leerde zijn taal en bezochten leuke plekjes. Ook de Joodse tradities ontgingen mij niet want Gili was trouw aan zijn Joodse familie. Begrafenis en religieuze feesten hoorden daar ook bij. Ik deed netjes mijn plicht.

Opvallend was de armoede waarin zijn vader leefde.

Gescheiden van zijn vrouw, ik heb nooit geweten waarom. Als kok in een hotel had hij weinig geld en bezat niet veel meer dan een bed, tafel en kastje. Hij woonde in een klein kamertje in een oude flat. Gili’s moeder had het iets beter voor elkaar. Zij woonde in de havenstad Haifa in een praktische eenvoudige bungalow. Ik herinner me nog dat ik langs de kust ging hardlopen zoals ik nu in Zeeland nog steeds doe. Maar nog sterker is de herinnering aan het telefoontje dat ik met zijn moeder pleegde. Enkele jaren na onze relatie. Ze was een ontzettend lieve zorgzame vrouw en ik zag de bombardementen van Haifa op het journaal. Ik had haar nummer nog en probeerde haar te bereiken. Vanuit haar schuilkelder zong ze een liedje voor mij. Ze was niet bang. Het ontroert me nog steeds.

Eind jaren negentig waren er regelmatig bombardementen op Israël.

En toch was ik er nooit echt bang. In Nederland was terrorisme nog lang niet zo bekend. Het was vooral Gili zelf die me op de gevaren wees. Zo zaten we een keertje op het terras in Tel Aviv en bedacht hij plotseling dat we ergens anders moesten gaan eten. Waarom? Vroeg ik me af. Wat bleek: Gili had het terras gescand en een verdacht persoon gespot. Dus het risico om te blijven was te groot. Schijnbaar hield hij zulke situaties altijd in de gaten. Ik had geen idee!

Het grootste deel van de tijd verbleven we in Eilat, het toeristenoord waar hij voldoende werk had als duikinstructeur. Overdag ging ik hardlopen, wandelen, studeren en wat zwemmen. Het leven leek mooi en eenvoudig, maar ik voelde weinig. Geen liefde en weinig lol. Gili deed er alles aan om er een mooie tijd van te maken. We sliepen onder de sterren op verlaten stranden en doken ’s ochtends vanaf lianen in de Jordaan. Ik probeerde ondertussen werk te vinden bij een modellenbureau en liep een modeshow in een hotel.

Even was er wat afleiding, maar nog steeds geen groot plezier.

Wat doe je met een man die immens lief is, ontzettend verliefd en altijd naar je luistert? Dan blijf je proberen verliefd te worden, Ik in ieder geval. Oud worden in Israël werd overigens steeds minder aantrekkelijk. Ik miste Nederland en ik kon er mijn studie behoefte niet kwijt. We besloten samen naar Nederland te gaan en voorlopig bij mijn ouders te wonen. Ik studeerde en gaf les als aerobics instructeur. En natuurlijk deed Gili – als trouwe volger – overal aan mee. Studeren aan de Rietveldacademie was zijn droom. Hij had mij al vaker laten zien hoe creatief hij was, dus ik stimuleerde hem. En wat bleek: hij werd toegelaten!

De volgende stap was het zoeken naar een appartement in Amsterdam.

Maar we konden niks vinden. Ik heb mijn best ook nooit gedaan. Ik werd leger en kouder van binnen. Ik hield het niet vol. Ik was ongelukkig, eenzaam en had gewoon nergens plezier in. Voor Gili werd het ook steeds minder leuk. Hij hield nog steeds ontzettend veel van mij, maar het wonen in het souterrain bij mijn ouders voelde voor hem als een gouden kooi.

Op een dag had ik alle moed verzameld.

Ik zat naast hem, op ons bedje in het souterrain. Ik kan dit niet en ik wil dit niet, vertelde ik hem. Hij vond het vreselijk Zijn wereld stortte in. Nog vaak droom ik over hem, juist omdat het hem zo zwaar viel. Maar hij wist wat hem te doen stond: vertrekken naar Israël. Dat was nog lang niet het einde. Hij bleef me bellen en vragen waarom. Hij zocht me op in Turkije waar ik met mijn moeder op vakantie was. Vreselijk vond ik het, en ook zo zielig. Deze man wist zich geen raad meer. Uiteindelijk werd het stiller aan de overkant en de telefoontjes werden korter.

Uit het oog en eindelijk uit zijn hart.