Venetië en de gracht, een duivel in de nacht

venetie en grachten

Venetië. De stad waar hij me zou vragen, al wist ik dat vooraf nog niet. Bovendien was ik degene die de trip geboekt had, dus het was alles behalve vanzelfsprekend dat híj het initiatief zou nemen. En toch vermoedde ik zoiets. Omdat mijn man de romantiek had uitgevonden. Hij verraste mij op willekeurige werkdagen met boterhamzakjes gevuld met hartvormige plakjes kaas en fruit beschreven met lieve woorden. En dat ging in de weekenden gewoon door. Zo had ik ondertussen een grote achterstand op het gebied van bossen bloemen en huisgemaakte diners bij kaarslicht.

Geen wonder dus dat ik in Venetië aan niets anders dan een ring dacht.

En dat liet ik merken ook. Terwijl ik naar ons tafeltje liep in de bàcari, zo’n typisch Venetiaans barretje, keek ik in mijn wijnglas en vroeg hem: “Er zit toch geen ring in hè?”

Mijn aanstaande kon nauwelijks meer praten.

De zenuwen gierden door zijn keel. Achteraf bleek hij al dagenlang een ring bij zich te dragen en mijn vader enkele maanden daarvoor om mijn hand te hebben gevraagd. Nachten had hij wakker gelegen. Om het ultieme scenario uit te denken en te wachten op het juiste moment. Nu moest hij wel. Hij gleed van zijn zitting, duwde wat stoelen opzij en vroeg: “Wil je mijn naam dragen?” Ik keek naar zijn houding. Vanwege zijn lengte kostte het erg veel moeite, maar hij zat enigszins onhandig geknield. Deze man kende de wetten van de liefde en ik zei JA.

Naast een ring trakteerde Venetië ons op sensationele plekjes waar ik me wilde verstoppen om er stiekem te blijven wonen.

Zoals het eiland Burano met haar gekleurde gevels en goddelijke, verse vis. En Hotel Flora in een zeventiende-eeuws Palazzo met een binnentuin waar de tijd leek stil te staan. Het aanzicht van ons hotel was minder majestueus, maar de belofte van een kamer gelegen aan de grachten deed mijn hart sneller kloppen. Toen ik de suite enkele weken daarvoor had geboekt, zag ik het helemaal voor me: samen met mijn geliefde uitkijken over de turquoise gekleurde grachten al luisterend naar de poëtische zangkunsten van de gondeliers. Heel wat anders dan mijn bezoek aan Venetië twintig jaar eerder toen ik met de trein Europa doorkruiste:

mijn kennismaking met ‘de stad van de bruggen’ behelsde toen niet veel meer dan rennen over de smalle paadjes op zoek naar het treinstation.

Toen de maan haar licht over het eiland liet schijnen en de grachten schitterden door de gouden gloed, kropen mijn man en ik in ons Italiaanse bed bedwelmd door zoveel romantiek. We verheugden ons op de ochtend die de eerste glintering van het kanaal in onze hotelkamer zou brengen. En dus droomden we die nacht van een sprookje dat werkelijkheid was geworden. Ik ben de stad nog steeds dankbaar dat we daar maar liefst VIJF MINUTEN van mochten genieten..

Ik herhaal: vijf keer zestig seconden in de Venetiaanse nacht.

Dat is ongeveer net zo lang als een reclameblok op tv, als het eten van een bitterbal of een wc bezoek in de kroeg. Venetië leerde ons wat instant liefde was.

Het ging faliekant mis op het moment dat de duivel wakker werd. Want na die vijf minuten gelukzaligheid werd de schoonheid van de nacht geteisterd door een torpedo. Of iets dat leek op het geluid van een stoomboot, jetski en speedboot bij elkaar. We sprongen uit ons bed en hielden ons hart vast. Wat was er gaande? We gooiden de vensters aan het kanaal open en staarden in het duister. Het geluid was alweer verstild. We hadden echt geen idee. Angstig kropen we dicht bij elkaar totdat we na tien minuten opnieuw uit ons bed trilden. Sneller dan de vorige keer renden we naar het venster.

Op dat moment konden we het onheil definiëren: een zwarte gondel, hevig gemotoriseerd en geschikt voor kilo’s vracht, scheurde de hoek om naar een onbekende bestemming in de nacht. De golven klotsten nog enkele minuten na totdat het volgende gevaarte rakelings langs onze kamer scheurde. Met het licht van onze telefoon schenen we over het water. De ontsteltenis had niet groter kunnen zijn. Onze kamer met de valse belofte van romantiek aan de gracht lag naast een kruising van waterwegen die bestemd waren voor zwaar gemotoriseerd goederenvervoer gedurende de hele nacht.

Overdag verleidde Venetië ons met zingende gondeliers, idyllische straatjes en charismatische Italianen, maar in de nacht veranderde zij in de duivel van de nacht.

We zouden er twee nachten slapen. Of iets dat op horizontaal liggen leek, want veel meer zou het niet worden. En toch namen we het de stad niet kwalijk. Ze was te mooi en verleidelijk om boos op te zijn. En belangrijker nog, mijn man en ik ontdekten – voordat we officieel getrouwd zouden zijn – wat het betekent om lief en leed te delen en hoe daarmee om te gaan: ons verlangen naar de eindeloze romantiek van Venetiaanse nachten en de realiteit van de herrie in de hel. We speelden de hoofdrol in onze eigen slapstick, een blockbuster die nog steeds hoog scoort op onze lijst van hilarische herinneringen. Bovendien hebben we sindsdien een voorliefde voor weekendjes weg met een vleugje avontuur; een onmiskenbaar recept voor een huwelijk zonder sleur.

Comments (2):

  1. Jamie

    04/06/2018 at 23:23

    Wederom geweldig geschreven. Ik hoor het klotsen en bedenk me dat dat niet bij Venetië hoort. Tevens denk ik aan Jambers… overdag romantiek x3 en avonds ontpopt de stad zich tot een logistiek kruispunt. Vinden we niet raar maar heel bijzonder.

    Beantwoorden
    • Mindful Memo

      05/06/2018 at 07:40

      Jij kan zo’n slapstick wel waarderen haha. Volgens mij waren onze tripjes een variant hiervan ?

      Beantwoorden

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *