Beleef de persoonlijke zoektocht van een vrouw in de Himalaya

Welke antwoorden kun je vinden in de Himalaya? Waartoe leidde deze persoonlijke zoektocht en wie is die andere vrouw?
persoonlijke zoektocht van een jonge vrouw in de Himalaya
Mijn persoonlijke zoektocht in de Himalaya (foto: Didie)

Een vergezicht in de stilte en het oneindige. Het lijkt alsof de besneeuwde bergtoppen me iets willen vertellen, een verhaal over mijn persoonlijke zoektocht. Over hoop en rust in een wereld die me te wachten staat, maar ik nog niet vinden kan omdat ik te hard mijn best doe om er te komen. De weg ernaartoe is gehuld in duisternis met hier en daar een schittering vol moed en vertrouwen. Het pad wacht geduldig. En ik probeer niet langer te zoeken. Op het juiste moment gaan we elkaar vinden. Wanneer ik me ellendig voel. Of zielsblij. Ik hoop het laatste.

De kaft van een boek herinnert mij aan mijn persoonlijke zoektocht in de Himalaya.

Rond mijn dertigste bezocht ik het heilige gebergte waar ik me dolgelukkig en ook diep ellendig voelde tijdens een reis naar Tibet. Himalaya, de reis naar binnen is de titel van het boek dat voor mij ligt, geschreven door Hans Peter Roel. Aandachtig lees ik het op waarheid gebaseerde verhaal van een jonge vrouw op zoek naar kracht. Ik volg haar belevenissen na het verlies van haar vader en de vlucht uit een relatie met huiselijk geweld en misbruik.

Ze hoopt antwoorden te vinden in een boeddhistisch klooster.

Op de voorzijde van het boek is de jonge vrouw afgebeeld op een houten balustrade kijkend naar een bergmeer waarachter de toppen van de Himalaya schitteren in de gouden zon. ‘Voelen wat je nodig hebt, ervaren wat je verlangt, zijn wie je bent’, staat er op de kaft. Drie zinnen die haar levensweg beschrijven.

Herken ik mij in deze zoektocht?

Het leven van de hoofdpersoon Angie lijkt in geen enkel opzicht op het mijne: een vader die zelfmoord pleegt, een afwezige, kille moeder en misbruik door haar partner. Het is me allemaal bespaard gebleven. Ik mocht me door andere fysieke en mentale uitdagingen worstelen. Angie en ik hebben ieder op ons eigen manier ervaren wat lijden in dit leven betekent. Dat we allebei antwoorden zoeken in het gebergte dat ruim zeshonderdduizend vierkante kilometers groot is geeft een gevoel van herkenning.

We zijn reisgenoten zonder elkaar ontmoet te hebben.

Angie trekt naar het Kopan klooster nabij het Nepalese Kathmandu om een 7-daagse Ki-training te volgen die haar innerlijke kracht belooft. Ze leert van de monniken haar levensenergie te verbinden met die van het universum. “Als de Ki stroomt, kom je in contact met je zuiverste zelf, je boeddha-natuur”, vertelt haar boeddhistische leraar. Angie wil niks liever en stap voor stap komt ze bij haar emoties en energie. Niet de monniken, maar de man die haar fysiek en mentaal misbruikte blijkt haar grootste leermeester te zijn geweest. Op een wrange manier heeft ze dankzij zijn destructieve gedrag inzicht gekregen in haar naïeve kijk op het leven. Nooit meer!

Ze hervindt haar kracht in het centrum van haar lichaam, de onderbuik, waar geest en lichaam samenkomen.

Leven vanuit een positieve grondhouding, Angie ontdekt dat ze iedere dag opnieuw een keuze heeft. Negatief denken is verleden tijd. Zij was niet de oorzaak van haar vaders zelfmoord, ze kan weer ademen. Ze verlost zichzelf van angst en stress. Angie is geworden wie ze is. Terug in Nederland voelt ze zich gesterkt om aan de slag te gaan met een nieuw leven. Ze voelt wat haar te doen staat: het geven van Ki cursussen aan kinderen.

De Himalaya gaf Angie kracht, ik vond er chaos die ik moeilijk verdragen kon.

Ik wilde er de wijsheden van het boeddhisme ervaren en de invloed ervan op mijn rusteloze geest. Ruim twee weken bezocht ik dorpen, kloosters, bergen en heilige meren in Tibet; er was geen enkele rust te vinden.

Ik miste een leraar tijdens mijn persoonlijke zoektocht, iets dat Angie wel had.

Dagenlang had ik door willen brengen met een wijze monnik die mijn onrust kon duiden. Aan kloosters geen gebrek, maar geen monnik die mij begeleidde. Mijn reis was namelijk ‘georganiseerd’. In die periode rond 2010 mocht je niet als vrouw alleen Tibet in dus moest ik mij aansluiten bij een groep en een erkende reisorganisatie die onze oprechte bedoelingen garandeerde aan de Chinezen. Een gedetailleerd reisschema mocht niet ontbreken, daarom vertrok ik met een groepje van tien mensen vanuit het Chinese Chengdu per vliegtuig naar de Tibetaanse hoofdstad Lhasa om daarna twee weken de boeddhistische filosofie en cultuur te verkennen.

Iedere keer als we een klooster binnenliepen, en ik heb er heel wat gezien, werd mijn verlangen groter.

Ik had behoefte aan rust op een meditatie kussentje met het heilzame gezang van de monniken en hun mantra’s, de gebedsspreuken ter ondersteuning van hun meditaties. Maar daar was geen tijd voor. We hadden ons te houden aan een strak reisschema dat mijn onrust alleen maar heviger maakte.

Diezelfde haast was er bij de Kharola gletsjer in het Tibetaanse hoogland.

Ik was gefascineerd door de grilligheid ervan met de eeuwige sneeuw in woeste vormen, nog nooit had ik zoiets indrukwekkends gezien. Zodra ons minibusje arriveerde, rende ik naar de rand van de gletsjer. Mijn lichaam barstte van de energie. Het liefste had ik er een hutje neergezet om een magische nacht onder de overweldigende sterrenhemel te beleven. Maar de karavaan vertrok alweer, op weg naar het volgende klooster waar ik nog meer onrust zou voelen. “Laat me zijn, voelen en ervaren waar ik ben”, schreeuwde ik van binnen.

Het zat er niet in. En het zou nog erger worden.

Een van de reisgenoten met wie ik de middag doorbracht kreeg een vreselijke herseninfarct waarbij iedere seconde het verschil kon maken tussen leven en dood. Uiteindelijk werd ze met een lokale ziekenwagen vanuit een Tibetaanse dorpje in de nacht vervoerd over bergpassen die al hun glans verloren hadden: iedere beweging kon haar fataal worden. Met ons minibusje reden wij als groep voor haar uit, wachtend op wat de ochtend brengen zou. De bergen waren haar genadig geweest; ze overleefde de gevaarlijke rit en werd met succes geopereerd in een ziekenhuis waar wij haar regelmatig bezochten tijdens de dagen die ons restten.

Mijn onrust mocht geen naam hebben vergeleken bij het levensgevaar waarin de reisgenote verkeerd had. Juist daardoor nam de spanning in mijn lichaam toe, iets dat ik jaren later pas begreep. Het wegdrukken van mijn negatieve emoties gaf ze juist meer kracht.

De dag waarop ik terugkeerde in Nederland was een van de gelukkigste ooit.

Niet omdat ik zoals Angie mijn levenskracht had gevonden, maar omdat ik weer kon ademen. Omdat ik terug was in een wereld die mij bekend was. Mijn heimwee naar thuis en vooral mijn moeder was intens geweest in Tibet. Ook omdat ik mijn lichaam niet meer herkende vanwege hoogteziekte verschijnselen: door het verblijf op grote hoogte tussen de vier en vijfduizend kilometer kreeg ik regelmatig hartkloppingen en een vervelende druk op mijn voorhoofd.

Ik zocht de veiligheid in de armen van mijn moeder, ook al was ik nu zelf een volwassen vrouw. Een keer eerder heb ik mijn moeder zo gemist. Als tienjarige toen mijn ouders niet meer bij elkaar woonden en ik mijn moeder wekenlang niet heb gezien (misschien was het slechts een paar dagen, maar als meisje die haar moeder mist is iedere dag er een te veel). De ontlading op de avond dat ik haar eindelijk weer vast kon houden na dagen van onduidelijkheid voel ik nog steeds. Eindelijk veilig bij mijn moeder, de oerkracht die mij het leven schonk.

In Tibet miste ik mijn moeder net zo erg als dat tienjarige meisje toen.

De enige plek in de Himalaya waar ik me thuis had gevoeld was bij de gletsjer. Daar voelde ik dezelfde oerkracht als die van een moeder voor haar kind. De natuur als mijn trouwe bondgenoot, zoals wel vaker in mijn leven. Net als toen ik aan het einde van groep acht de bossen in vluchtte omdat ik niet meer naar school durfde. Ik was overvallen door een vreemdsoortige faalangst ondanks mijn geweldige rapportcijfers. Ik was vastberaden nooit meer naar school te gaan. Terwijl ik me schuil hield in de bossen hoorde ik mijn ouders roepen. Ik kwam niet terug. Niet zolang de twee schoolhoofden thuis op mij aan het wachten waren.

Later die avond werd het rustig en keerde ik huiswaarts, niet naar school.

Weken later heb ik het rapport van groep acht opgehaald. Ik voelde me verlegen en ongemakkelijk. Ik begreep mezelf eigenlijk ook niet zo goed. Na die zomervakantie in 1990 begon ik aarzelend aan de middelbare school. Nog steeds droom ik over deze periode. Het heeft me geleerd dat je belangrijke periodes in je leven goed moet afsluiten, anders houdt het je wakker in je onderbewustzijn. En dat vertroebelt je denken, en vooral je nachtrust.

Ik denk terug aan de persoonlijke zoektocht van Angie.

Ik pak het boek er weer bij. De Himalaya, en de jonge vrouw die de waarheid zocht in het magische gebergte. Zij vond er haar levensenergie, ik ontdekte er de oerkracht van de natuur en de verbondenheid met mijn moeder. Jammer genoeg was daar heel wat onrust voor nodig, meer dan ik verwacht had. Ik had gerekend op een prachtige reis met alleen maar hoogtepunten en blijdschap, ondertussen ben ik al heel wat wijzer. “Je verwachtingen maken dat je lijdt”, aldus de leer van Boeddha. “Als je verwacht dat je altijd gelukkig bent, zal je altijd lijden. Verwacht niets en je leven wordt een stuk lichter.”

Vlak na haar terugkomst in Nederland belt Angie haar moeder, ze verlangt naar een ontmoeting.

In het klooster heeft ze geleerd haar te zien als de vrouw die ze is, met alle emoties die daarbij horen, soms geblokkeerd door haar eigen verleden, maar niet minder liefdevol dan Angie zelf.

Tijdens mijn verwarring in Tibet had ik er alles voor over om bij mijn moeder te zijn, om haar vast te houden en rustig te worden. Nu besef ik me wat die oerkracht in de Himalaya mij heeft gebracht: een leven in het nu met onvoorwaardelijke liefde voor mijn moeder.

persoonlijke zoektocht in Tibet
Vergezichten in Tibet op weg naar de gletsjer (foto: Didie)